Geschiedenis van naturisme

Het naturisme ontstond rond de eeuwwisseling in Duitsland en Frankrijk, ten dele als reactie op de Victoriaanse moraal en de toenemende industrialisatie. Pioniers van de zgn. Freikörperkultur (FKK) Bewegung in Duitsland waren Heinrich Pudor, Richard Ungewitter en Magnus Weidemann. Zij vonden veel aanhangers onder de ‘WandervÖgel’. In Frankrijk werd het naturisme gepropageerd door o.m. Kienné de Mongeot, Jacques Demarquette en de gebroeders Durville.
History 1933

In Nederland waren voor de Tweede Wereldoorlog twee naturistenverenigingen van belang, de Bond van Lichtvrienden (1931-1935) en de Vrije Lichaams-Kultuurbeweging (1926-1934). De BvL telde op het hoogtepunt ongeveer vijftig leden, meest Amsterdammers met een socialistische achtergrond, en verwierf in 1932 een eigen terrein nabij Hollandse Rading. De VLK stond onder leiding van de Utrechtse theosoof Fokko van Till en liet naar voorbeeld van de Duitse Treubund van Ungewitter alleen mannen en vrouwen toe ‘van arische afstamming’; de groep gaf een eigen tijdschrift uit, ‘Integraal Leven’, en beschikte vanaf 1929 bij Laren over een eigen terrein. De VLK meende dat innerlijke levenshervorming, mede bewerkstelligd door de bevrijding van het lichaam door middel van het naaktlopen, een ‘Komende of Nieuwe Kultuur’ naderbij zou brengen. De vereniging had omstreeks 1930 grote invloed op de linkse jeugdbeweging. Na 1932 richtte zij zich steeds meer op het herstel van het ‘Germaanse volksleven’ en werden de geschriften antisemitisch van toon. Persoonlijke conflicten maakten in 1934 een einde aan de vereniging. Nadat de Utrechtse groep Vernieuwing (1937-1943) de naturistische idealen warm had gehouden, werd in 1946 in ‘s-Gravenhage Zon en Leven opgericht. Het naturisme kreeg sindsdien steeds meer aanhangers. In 1991 waren er in Nederland zo’n vijftig naturistenverenigingen, waarbij in totaal ongeveer 43.000 leden en begunstigers waren aangesloten. De overkoepelende organisatie, de Naturisten Federatie Nederland (NFN), is gevestigd in Nieuwegein en geeft vijf keer per jaar het tijdschrift Naturisme uit.

België telt zo’n twintig verenigingen met ongeveer 12.000 leden. De Belgische naturistenvereniging Athena is de grootste van Europa. De Federatie van Belgische Naturisten (FBN) is gevestigd in Antwerpen. Zowel de Nederlandse als de Belgische federatie zijn aangesloten bij de INF/FNI (International Naturist Federation/federation Naturistes Internationale) te Antwerpen.

Hoewel de oude Grieken en Romeinen bijvoorbeeld al niet moeilijk deden over het blote lichaam, zijn de wortels van het moderne Europese naturisme te vinden rond het begin van de twintigste eeuw. Dit, terwijl aan het begin van de negentiende eeuw al een officieel naaktstrand te vinden was in het Franse Sable d’Olonnes. Op 16 juli 1816 wees de burgemeester een stuk strand aan, omdat de gemeente geconfronteerd werd met de onzedelijkheid van het door elkaar baden van geklede en ongeklede mannen.

Het waren de nadagen van het Victoriaanse tijdperk. Strenge normen en waarden, kuisheid en angst voor alles wat afweek van de norm bepaalden het tijdsbeeld. Op de overdreven preutsheid uit die tijd moest wel een overdreven reactie komen. In sommige landen begon de individuele vrijheid vaste vorm te krijgen. De pioniers van het naturisme stelden de vrijheid van het naakt tegenover de strenge regels van die tijd. Tevens propageerden zij eenvoud en harmonie met de natuur tegenover de opkomende welvaart en de daarbij horende verspilling.

Het naturisme is rond de eeuwwisseling ontstaan in Duitsland. Met name de Duitser Pudor speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van wat wij tegenwoordig naturisme noemen. Nabij het Duitse Lubeck werd in 1903 ’s werelds eerste besloten nudistenkamp opgericht: “Freilichtpark Klingberg”. Dit park moest rond 1985 verkocht worden om plaats te maken voor een bungalowwijk. Aan het eind van de jaren twintig kreeg het georganiseerde naturisme voet aan de grond in Nederland bij hoofde van Harry Dissen (1898-1986) en Ise Lang (1908-2000). Beiden waren ook actief binnen de groep Vernieuwing (1937-1943), de voorloper van Zon en Leven. Terwijl de Tweede Wereldoorlog voor een tijdelijke onderbreking zorgde, begon het naturisme in de jaren veertig en vijftig snel aan terrein te winnen in Europa. Vooral in de jaren ’60 en ’70 bloeide het naturisme in Nederland op. Aanvankelijk stond gelovig Nederland verdeeld tegenover dit fenomeen en was er veel verzet tegen het “opkomende naakt”. Maar de stroming was niet te stoppen. Terwijl volgens een onderzoek van het NIPO één op de drie Nederlanders aangeeft al dan niet regelmatig naakt te (willen) recreëren, telt Nederland inmiddels zo’n anderhalf tot twee miljoen bij verenigingen aangesloten naaktrecreanten en zijn zij een groep waar rekening mee wordt gehouden, zowel in politiek als maatschappelijk oogpunt.

Naast de veelal door ideologie gedreven naturisten bestaat er nog een groep die het puur te doen is om het plezier van het naakt zijn: de nudisten. Een aftakking hiervan vormt de pas sinds 1991 in verenigingsverband te vinden groep “smoothies”, die zich kenmerken door het zo haarloos mogelijk houden van het lichaam. Evenals de Egyptenaren en later de Grieken en Romeinen zien zij een lichaam zonder haar, met uitzondering van hoofdhaar, als het toppunt van schoonheid en als een symbool van jeugd en reinheid. Wie dit alles gek vindt bedenke dat er nog steeds culturen bestaan die schaambeharing lelijk vinden. Zodra zij haren voelen opkomen haasten Islamitische meisjes zich naar de Hamam (badhuis), waar zij zich hiervan ontdoen in speciale ontharingskamers. En ook onze westerse mode schrijft voor dat vrouwen zich behoren te ontdoen van been-, oksel- en andere “ontsierende” beharing!

Rechtszaak naaktstrand Callantsoog

Het is geen wonder dat naturisten al een halve eeuw geleden naar stille en afgelegen strandgedeelten gingen om daar naakt te zonnebaden en te zwemmen. Na de tweede wereldoorlog gingen er steeds meer naturisten naar onze stranden, maar het bleef riskant omdat het was verboden. Artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht stelde een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of een geldboete van maximaal zeshonderd gulden in het vooruitzicht voor wat “schennis van de eerbaarheid” heette.

In naturistenkringen het bekendst en drukbezochtst was in de jaren zestig een strandgedeelte bij Callantsoog. Dit illegale naaktstrand was goed georganiseerd; er waren wachtposten die bij naderend onraad de bloterikken waarschuwden. In 1970 heeft de Nederlandse Federatie van Naturistenverenigingen het gemeentebestuur van Callantsoog gevraagd dit stuk officieel voor naaktrecreatie vrij te geven. Maar omdat dit in strijd werd geacht met het Wetboek van Strafrecht, leverde dat teveel problemen op. Daarom werd een proefproces uitgelokt.

Op dit illegale naaktstrand bij Callantsoog werden Nel Molenkamp-Quist en Ton Wilhelm bekeurd wegens schennis van de openbare eerbaarheid. De Officier van Justitie in Alkmaar eiste wegens overtreding van artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht een boete van twintig gulden. De rechtbank kwam tot vrijspraak, waarna de Officier van Justitie wegens het karakter van de zaak hoger beroep aantekende bij het gerechtshof in Amsterdam. Nel hoefde van de advocaat, betaald door de NFN, niets tijdens het proces te zeggen. Hij, de advocaat zou het woord wel voeren. Nel was het daar niet mee eens, maar ze wist op dat moment ook niet wat ze de rechter zou moeten vertellen.

Voor het gerechtshof in Amsterdam heeft ze wel haar mond opengedaan, hoe ze tot het naturisme was gekomen, hoe ze lid werd van de Amsterdamse Lichtbond, maar de schutting om het terrein daarvan, wat benauwend vond en daarom liever naar dat strand ging. Tegen de rechter in Amsterdam zei Nel: “Het is verrukkelijk, u zou het zelf eens moeten proberen!”, hetgeen in de rechtszaal grote hilariteit wekte.

Ook in het door de Officier van Justitie aangetekende hoger beroep volgde vrijspraak: er was hier immers geen sprake meer van schennis van de eerbaarheid, daarvoor lag dit strand te afgelegen, en aan de daar gepraktiseerde naaktrecreatie had zich nooit iemand gestoten. Dus werd die niet meer aanstotelijk geoordeeld. En zo ontstond door het toepassen van de Algemene Politieverordening van de gemeente Callantsoog in 1973 waar de naturisten al jarenlang naar hadden gestreefd: een “eigen” stuk officieel naaktstrand. Het eerste officiele naaktstrand in Nederland!

De minister van Justitie gaf in 1975 aan de gemeenten richtlijnen voor het aanpassen van de politieverordeningen zonder dat deze in strijd zouden raken met artikel 239. Toen aldus de wettelijke basis was gelegd en daarnaast de publieke opinie zich steeds minder tegen naaktrecreatie verzette, kwamen er spoedig meer officele naaktstranden. Eind 1979 waren dat er negen, tegen het verschijnen van Zo puur in de Natuur (1987) waren dat er al meer dan veertig.